Jean-Yves Ferri en Didier Conrad: Een dubbelinterview

Jean-Yves Ferri en Didier Conrad: Een dubbelinterview 2017-10-10T15:23:28+02:00

Hoe is dit nieuwe album ontstaan?

J-Y.F : In vergelijking met de eerste twee albums die we samen hebben gemaakt (Asterix bij de Picten, 2013/ De Papyrus van Caesar, 2015) hebben we onze manier van werken helemaal gevonden. In het begin kende ik Didier alleen maar door zijn werk. Asterix heeft ons samengebracht! We wonen namelijk meer dan 8000 kilometer bij elkaar vandaan. We hebben het meest contact per mail, per telefoon of we Skypen! In het begin was dat niet gemakkelijk, maar nu zijn we eraan gewend en dat maakt de samenwerking een stuk eenvoudiger.

D.C : We wisten dat we voor dit nieuwe avontuur een bestemming buiten Gallië moesten zoeken. Jean-Yves stelde Italië voor en dat werd voor ons al snel een vast gegeven. Dat is de eerste fase. Vervolgens moesten we een goed verhaal vinden. Jean-Yves is een fantastische scenarist. Het duurde niet lang voordat hij het idee kreeg om Italië te doorkruisen met een race in etappes. Toen de synopsis de goedkeuring had van Albert Uderzo, Anne Goscinny en Uitgeverij Albert René hoefde ik alleen nog maar op Jean-Yves’ storyboard te wachten. Daarmee kon ik aan de slag: in lange, doorwaakte nachten de personages tekenen die over de hele wereld bekend zijn. Ik zal er geen doekjes om winden; dat kan heel uitputtend en heel stresserend zijn. Je wilt de lezers, noch Albert teleurstellen. Falen is geen optie!

Hoe zouden jullie de samenwerking met Albert Uderzo willen omschrijven?

J-Y.F : In de loop der albums is onze samenwerking heel harmonieus geworden. Toen we hem de eerste pagina’s van ons eerste album voorlegden, had Albert aanmerkingen, zowel op het verhaal als op de tekeningen. Voor dit nieuwe album heeft hij ook nog de puntjes op de i gezet, maar dan wel heel letterlijk. In het logo van de Franse titel “Transitalique” ontbrak er eentje! Maar alle gekheid op een stokje: zijn bemoeienissen zijn altijd eerder een aanmoediging dan kritiek.

D.C : Dat klopt. Na 3 albums hebben we het gevoel dat we ons de stijl van René Goscinny en de overbekende stijl van Albert Uderzo beginnen eigen te maken. Beiden zijn absolute meesters. Hun avonturen te mogen voortzetten maakt ons enorm trots.

Zijn jullie bij het mak en van dit album nog specifieke problemen tegengekomen?

J-Y.F : Het voornaamste probleem was de tijd! Twee jaar om een Asterix album te maken is heel krap. Aan het begin denk je dan ook “ik haal het niet”. Het andere probleem is dat je het kostelijke, veelzijdige universum van Albert en René moet zien weer te geven in een verhaal van slechts 44 platen. Maar het is niet anders, en uiteindelijk blijkt die opgave buitengewoon stimulerend te zijn.

D.C : Ik denk dat ik vergeleken met veel van mijn vrienden een voordeel heb: net als Albert teken ik graag paarden, al is dat heel moeilijk. En bij het tekenen van dit 37ste album heb ik me dus heerlijk kunnen uitleven! Voor dit album wilde ik ook de kleinste kleinigheden tot in de puntjes uitwerken. Elke plaat heeft me ongeveer 30 uur werk gekost, tegen 20 voor de twee voorgaande albums.

J-Y.F : Ik weet zeker dat de lezers diep onder de indruk zullen zijn van zijn tekeningen!